Zorgen over een leerling? Ga in gesprek met de ouders.
Ouders willen dat er respectvol en zorgvuldig met hen wordt omgegaan. Dit geldt zeker wanneer zij voor een gesprek op school worden uitgenodigd, en als het over (de opvoeding van) hun kind gaat.
Tips:
- Bereid het gesprek goed voor. Wat wilt u bereiken in het gesprek en op welke manier? Het gaat om het delen van zorgen, niet om beschuldigingen.
- Wie nodigt u uit? Eén of beide ouders? De leerling zelf? Voert u het gesprek alleen of met een collega?
- Wees u bewust van uw eigen referentiekader. Het referentiekader van ouders kan anders zijn dan de uwe. Hoe gaat u daarmee om?
- Let op uw non-verbale houding (aankijken, fysieke afstand tussen u en de ouders, open lichaamshouding).
- Begin met een algemeen praatje. Stel belangstellende vragen over de leerling.
- Stel het ‘slechte nieuws’ niet te lang uit. De ouders zitten te wachten op de ‘echte’ boodschap.
- Beschrijf concreet en objectief wat u ziet (als een soort film). Geef ook aan wat goed gaat met de leerling.
- Vraag of de ouders de signalen herkennen en wat zij ervan denken.
- Vertel uw zorgen over de leerling. Ook als de ouders de situatie bagatelliseren, de signalen wegwuiven of boos worden. Het gaat erom dat u uw zorgen met de ouders wilt delen. U handelt in het belang van de leerling, hun kind.
- Stel open vragen. Dat nodigt uit tot vertellen.
- Stiltes mogen er zijn. Vul ze niet op. Gun de ouders de tijd om na te denken, om hun emoties te hanteren.
- Luister actief naar wat de ouders vertellen. Vat af en toe samen. Zo laat u zien dat u goed heeft geluisterd. En of u de ouders goed heeft begrepen.
- Maak een vervolgafspraak met de ouders. Zo houdt u zicht op de situatie.
- Maak een kort verslag van het gesprek. Gebruik hiervoor het logboek (dossiervorming).
Let op:
- Laat een leerling niet tolken voor zijn/haar ouders.
- Doe geen toezeggingen die u niet waar kunt maken.
- Ga na of er al hulp in het gezin is.
- Stop het gesprek als ouders gaan dreigen.

