De meldcode is een stappenplan voor professionals en instellingen bij vermoedens van huiselijk geweld en kindermishandeling. In de meldcode staat duidelijk beschreven wat er van de professionals verwacht wordt als ze een vermoeden hebben van kindermishandeling en/of huiselijk geweld. De onderstaande beschrijving van de meldcode is uitgewerkt voor professionals van de kinderopvang en het onderwijs. De meldcode kan gebruikt worden in de eigen zorgstructuur van de kinderopvang of school.
De vijf stappen van de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling Rotterdam-Rijnmond
1. Breng de signalen in kaart
U vermoedt dat er bij een leerling/een kind sprake is van huiselijk geweld en krijgt signalen die uw vermoeden bevestigen, of juist ontkrachten. Leg deze signalen vast. Gebruik hierbij het signaleringsinstru¬ment van uw organisatie. Beschrijf uw signalen zo feitelijk mogelijk: wat zag u, hoorde u, las u? Beschrijft u een hypothese of veronderstelling, vermeld dit dan uitdrukkelijk! Vermeld ook concreet en duidelijk als er informatie van derden wordt vastgelegd.
Lees hier meer over signaleren.
2. Collegiale consultatie en zo nodig raadplegen AMK of ASHG
Bespreek de signalen van mishandeling binnen uw eigen instelling met een deskundige collega, zodat u de signalen goed kunt duiden. Vraag zo nodig, op basis van anonieme gegevens over de leerling/het kind, advies aan het AMK of het ASHG. Vermoedt u (dreigend) eergerelateerd geweld, doe dan een beroep op de expertise van het Rotterdamse ASHG.
3. Gesprek met de leerling en/of ouders
Bespreek de signalen met de leerling en/of ouders. Een belangrijke grondhouding in het onderwijs is openheid tegenover de leerling en zijn ouders. Vandaar dat de professionals zo snel mogelijk met de leerling/het kind en/of de ouders in gesprek gaat.
Let op: u kunt deze stap alleen overslaan als
- u vreest voor de veiligheid van de leerling/het kind of die van uw eigen medewerkers
- u bang bent dat de leerling/het kind na het gesprek met de professional zal worden gehaald en/of niet meer naar school/ kinderopvang zal komen.
Breng uw zorgen goed in kaart.
4. Weeg aard en ernst van geweld of mishandeling
Beoordeel met welke vorm van huiselijk geweld u te maken heeft en hoe ernstig de situatie is. Beoordeel ook de veiligheid van de leerling/het kind en de personen in zijn directe omgeving.
Maak deze afwegingen op basis van:
- de signalen die u in kaart gebracht hebt,
- het advies dat u ingewonnen hebt bij collega’s en instanties,
- het gesprek met de leerling/het kind en de ouders.
5. Beslissen: zelf hulp organiseren of melden
Hulp organiseren
Overweeg of u zelf hulp kunt bieden of kunt verwijzen naar specifieke hulpverlening. Zijn de leerling/ het kind en de personen in zijn of haar omgeving daarmee voldoende beschermd tegen het risico op huiselijk geweld of op kindermishandeling? Onderneem dan de volgende acties:
- Organiseer de hulp die nodig is.
- Volg de effecten van deze hulp.
- Doe alsnog een melding als er signalen zijn dat het huiselijk geweld of de kindermishandeling niet stopt of opnieuw begint.
Melden
Kunt u de leerling/ het kind niet voldoende tegen het risico op huiselijk geweld of kindermishandeling beschermen, onderneem dan de volgende acties:
- Meld uw vermoeden bij het AMK of bij het ASHG.
- Overleg bij uw melding met AMK of ASHG wat u na de melding zelf kunt doen om de leerling/ het kind en de personen in zijn directe omgeving te beschermen.
Ernstig geweld of gecompliceerde zaken moet u altijd melden, in het belang van de leerling. Het risico is anders te groot dat verschillende professionals langs elkaar heen werken. Door een melding komt alle informatie bij elkaar en kunnen de verschillende acties goed op elkaar worden afgestemd.
Bespreek uw melding vooraf met de leerling/het kind (als die ouder dan 12 jaar is) en/of met de ouders.
* De Meldcode Rotterdam-Rijnmond komt overeen met de landelijke meldcode

